Een project over “Amagerhollands” van de Nederlandse minderheid in Denemarken

In 2021 kunnen we het 500-jarig jubileum vieren van de vestiging van een groep Nederlandse boeren op het Deense eiland Amager. De Nederlanders kregen bijzondere rechten op Amager, waar ze eeuwenlang een gesloten Nederlandse gemeenschap vormden met het dorp Store Magleby als centrum.

Koningin Wilhelmina van Nederland bezocht tijdens haar staatsbezoek in 1922 de Hollændergaarden (Nederlandse boerderij) in Store Magleby nabij Kopenhagen.

Een van hun voorrechten was het recht om hun eigen taal te spreken. Deze taal – die zowel in het dagelijks leven als in de kerk en op school werd gebruikt – ontwikkelde zich geleidelijk tot een soort “Amagerhollands”, dat zowel Deense als Nederlandse woorden bevatte, maar vooral deed denken aan het Platduits.

Deze merkwaardige taal wordt nu onderzocht door Joost Robbe van de Universiteit van Aarhus, die voor zijn project “Amager Dutch: Reinstating a Unique Minority Language in Danish History” een driejarige subsidie heeft gekregen van het Deense Fonds voor Vrij Onderzoek.

In het kader van dit project heeft Joost Robbe bijvoorbeeld bronnen in Museum Amager en Historisch Archief Dragør geraadpleegd om na te gaan hoelang er “Amagerhollands” op Amager werd gesproken. Nog tot in de jaren 1840 begrepen sommigen in het dorp de taal, maar de overgrote meerderheid sprak toen reeds Deens. Ook via reisverslagen krijgen we informatie over het taalgebruik in Store Magleby. Een Nederlandse reiziger, Johan Meerman, schrijft kort voor 1800 in een verslag van zijn bezoek aan Amager: “In de kerk wordt er in het Platduits gezongen en gepredikt, en ook de Bijbel is in deze taal. Onder de bewoners spreken de schout en enkele anderen Nederlands en hebben Nederlandstalige Bijbels, terwijl anderen meestal Deens met elkaar spreken.”

Enkele decennia later is de taal nog duidelijker door het Deens verdrongen. In 1834 bezoekt de Nederlandse arts Michael Dassen Store Magleby, waar hij de plaatselijke gerechtsdeurwaarder Gert Corneliussen Bacher ontmoet. Deze klaagt erover dat de taal van de voorvaderen, die nog in zijn ouderlijk huis werd gesproken, intussen helemaal in onbruik is geraakt. Een paar jaar later bezoekt de Nederlandse landbouwkundige Hemmo Dijkema Store Magleby, en deze moet zich met gebarentaal behelpen om te kunnen communiceren met de lokale bevolking. Blijkbaar beheerst niemand nog de oude taal. Een reisverslag uit 1846 heeft het ook nog over een gezin in Store Magleby, waar een boer een soort woordenboek had gemaakt voor zijn schoondochter zodat zij de taal kon leren.

Dankzij het onderzoeksproject naar “Amagerhollands” kan deze historische Deense minderheidstaal weer op de taalkundige wereldkaart worden geplaatst.

Henning Sørensen is archivaris van het lokale archief in Dragør, op het Deense eiland Amager nabij de hoofdstad en het vliegveld van Kopenhagen. De tekst is vertaald door Joost Robbe. 

Plaats een reactie