Vadertaal in de verte

Naar aanleiding van het boek: Retour San Sebastian. Opgroeien met een Vaderland in de Verte, van Sarah De Mul. Amsterdam: De Bezige Bij, 2017. ISBN 978 90 234 9478 2.

Dit boek gaat over een kind dat in Vlaanderen opgroeit met een Nederlands sprekende moeder en een Baskisch sprekende vader. Thuis leert hun dochter twee talen. Om haar Baskisch te verstevigen, besluiten de ouders een lange zomer in Baskenland door te brengen. Thuis praten de ouders meest Engels met elkaar. Ze hebben elkaar immers in Engeland ontmoet als studenten. Zij had een woning gehuurd, hij zou die overnemen. Met zijn accent vroeg hij om de keys, maar zij verstond kiss, en zo zijn ze aan elkaar verslingerd geraakt. Het boek heeft twee thema’s: het opvoeden van een kind als tweetalige wereldburger, en het fascinerende Baskenland.

Baskenland

Er zijn veel ouders die hun kinderen in een soortgelijke situatie opvoeden. Mijn eigen kinderen spraken thuis alleen Nederlands met hun ouders. Codeswitching was taboe. Als ze een Deens woord gebruikten, dan herhaalde ik wat ze zeiden, maar ik zei ook in één adem het Nederlandse woord in plaats van het Deense. Het is een beetje oneerlijk, omdat ik mijn brood verdien met de studie van taalcontact, leenwoorden, en kodewisseling. Maar bij ons thuis mocht het niet.

Gelukkig was er ook Nederlandstalig onderwijs in Aarhus, waar we onze kinderen heen stuurden. De kinderen waren niet altijd even gelukkig met hun zaterdagse uitstapjes naar de school, die in Moesgaard een goed onderkomen had gevonden. Soms moesten we de kinderen eerder ophalen van feestjes op vrijdagavond omdat ze de volgende ochtend weer fris in de schoolbanken moesten plaats nemen. Ze waren niet altijd enthousiast, nee.

Toen één van hen eindelijk niet meer naar de zaterdagschool hoefde, heeft ze voor de schoolkrant een tekening gemaakt met twee plaatjes naast elkaar. Eén van een schoolklasje, en één van een slaapkamer. In de slaapkamer ligt een meisje in bed, hoewel de klok al negen uur aangeeft. In de klas is ook een klok te zien die negen uur aangeeft. Bij het klaslokaal schreef ze “JULLIE”. Bij het meisje in bed schreef ze “IK”. Een beetje sadistisch was het wel. Nu zijn de kinderen overigens heel blij dat we ze thuis gedwongen hebben thuis Nederlands te blijven spreken, en dat we ze jarenlang Nederlands moedertaalonderwijs hebben laten genieten. Ze danken God en hun ouders dat ze nu gewoon met hun neven en nichten Nederlands kunnen spreken, dat ze een opleiding in het Nederlands kunnen volgen in Nederland en België (al mogen ze daarna, aldus een brief van de staat, alleen nog terugkomen als asielzoeker), en dat ze een cognitieve voorsprong hebben door hun tweetaligheid.

Kinderen willen graag dat hun ouders precies zo zijn als de andere ouders: geen gek kapsel, geen oude fiets, geen Jeep als iedereen in een Honda rondrijdt, geen andere taal in hun mond. Onze kinderen begonnen al na enige maanden Deens tegen ons te spreken, maar we verzochten ze Nederlands te blijven spreken. Het was overigens ongelofelijk hoe ze de subtiele beleefdheden inzagen, want als ze vriendjes en vriendinnetjes op bezoek hadden, gingen ze Deens met hun vader en moeder spreken. Of misschien deden ze dat eigenlijk omdat ze zich dood schaamden voor de gutturale klanken van hun moedertaal.

Soms zijn jonge kinderen verward over de taalsituatie omdat ze een taal misschien alleen maar met één persoon spreken. Kinderen in een Ierssprekende kleuteropvang of kleuterschool in een Engelssprekende omgeving weten misschien niet eens dat die taal niet alleen in hun schoolse omgeving gesproken wordt, maar ook in huishoudens elders.

De pelgrimsroute naar Santiago de Compostela voert door Baskenland

Nederlandse kennissen die naar Canada geëmigreerd waren hadden een kind dat weigerde de taal van moeder te spreken. Maar dat veranderde plotseling toen hij een keer in een vliegtuig reisde waarin de piloot ook Nederlands sprak. Sindsdien zag hij in dat het een nuttige taal was, dan kon je piloot worden, want hij ging daarna wel Nederlands spreken.

Ik had vroeger vrienden in Turkije, hij Duitser, zij Nederlandse, en hun kinderen drietalig. De ouders hadden gedeeltelijk een één-ouder-één-taal politiek, die vaak aangeraden wordt, maar er waren ook geografische dimensies. Buiten Turkije spraken ze Duits in Duitsland samen en Nederlands in Nederland. Toen ik er op bezoek was sprak ik Nederlands met iedereen, maar toen ik iets in het Turks zei, keek de dochter me heel boos aan, omdat ik duidelijk een grens had overschreden. Ik moest me bij mijn Nederlandse leest houden. Ieder individu was in haar hoofd ingedeeld in één taalgroep, en daar moesten ze zich niet buiten wagen.

Het meisje in het boek heeft haar eigen manier om met de ontdekking van een hele gemeenschap die dezelfde taal spreekt als haar vader. Ook zij vond het problematisch om te ontdekken dat haar vader niet de enige was die zo sprak zoals zij twee. In Baskenland blijkt hij niet uniek te zijn.

In het boek van Sarah De Mul reizen moeder Sarah en man Nikolas af naar Baskenland met hun vierjarige dochter, die duidelijk Nederlands-dominant is. Als ze aankomen in Baskenland en daar ook anderen Baskisch hoort spreken, reageert ze hier niet erg enthousiast op. Aanvankelijk zwijgt ze zelfs geheel. Daarna weigert ze ook nog eens lokale gerechten te eten: ze verlangt naar frietjes. Dat ze zwijgt is al erg, maar dat ze, in het hartje van Baskenland, het eten van oma niet wil eten, dat is het ergste dat de lokalen kan overkomen.

De auteur geeft ook achtergrondinformatie: het belang van de keuken in Baskenland, de kook-eetclubs alleen voor mannen, de centrale plek van het huis, politiek, de koadrilo/vriendengroepen, de onderdrukking, het nu gelukkig gestopte geweld, de zee en varen, de rol van de vrouw. De auteur sprak er met met politici, met boerinnen, met familieleden, met mensen in cafés achter de pintxos, met jeugdvrienden van haar partner. Als regelmatige bezoeker van Baskenland, kan ik veel dingen herkennen. Het boek geeft wel een goede inblik in de huidige situatie van Baskenland en het recente verleden. Ze steekt haar eigen mening niet onder stoelen of banken.

Soms zijn er familietaboes die pas naar buiten komen als een buitenstaander er geen weet van heeft en wel de verboden vraag durft te stellen. In dit boek is het wat de familie in de burgeroorlog heeft beleefd. Opa gaat er zelfs een net pak voor aantrekken, en de spanning in het driegeneratiegezin is te snijden bij de opengereten wonden. Hmm, dat is misschien niet zo’n goeie metafoor.

Eén van de drie stranden van Donostia.

Alle hoofdstuktitels zijn zowel in het Baskisch als in het Nederlands gegeven, en ook in de tekst worden regelmatig Baskische woordjes en uitdrukkingen gebruikt voor de couleur locale. Baskisch is een zogeheten isolaat: een taal die met geen enkele andere taal aanwijsbaar verwant is. Zo tel je tot tien: bat, bi, hiru, lau, bost, sei, zazpi, zortzi, bederatzi, hamar.

Gelukkig gaat het meisje om na een paar weken, en besluit ze enthousiast mee te praten in het Baskisch. Hoe het haar daarna is vergaan in het multiculturele Antwerpen weten we niet.

Op de voorkant van het boek prijkt een jonge man die een handstand maakt op een hek aan de boulevard van het prachtige zandstrand van Donostia (de officiële naam van San Sebastián), met op de achtergrond de zee, het eiland in de baai en de uitkijktoren van de Monte Igueldo aan de overkant van de baai. Het boek speelt zich grotendeels in deze stad af. Mijn nichtje vindt het de mooiste stad waar ze ooit geweest is.

Voor zover ik weet, is het boek alleen in het Nederlands te krijgen.

 

Peter Bakker is taalkundige en werkt aan de Universiteit van Aarhus in Denemarken. Momenteel verblijft hij als onderzoeker in Lyon bij CNRS-DLL.

SaveSave

1 gedachte over “Vadertaal in de verte

  1. Toen ik met een paar anderen, Peter Bakker inbegrepen, bezig was met een boek, het kwam uit als ‘Veldwerkers en vrouwen in en om Baskenland,’ over mensen die zich met de bestudering van de Baskische taal bezig hielden, werd ik op Muls
    ‘Retour San Sebastian: Opgroeien met een vaderland in de verte gewezen.’
    Het is een boek dat ook thuis hoort op de lijst van aanbevolen boeken bij immigratiecentra in Nederland en in Vlaanderen, omdat het goedgeschreven is en relevant leesvoer voor mensen die zich in een ander taalland gaan vestigen.
    Voor meer over ‘Veldwerkers en vrouwen,’ zie
    https://www.spanjevoorjou.com/veldwerkers-en-vrouwen-in-en-om-Baskenland.html
    http://www.lingoblog.dk/nl/nederlandse-taalkundigen-in-baskenland/
    http://janpaulhinrichs.blogspot.com/2018/08/schoon-haaks-afl-20.html​

Een reactie plaatsen