Het levensverhaal van een spreker van Sinti Romanes

Zoni Weisz. De vergeten holocaust: mijn leven als Sinto, ondernemer en overlevende.Amsterdam: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 2016. ISBN 978-9024569939.

 

Zoni Weisz. Der vergessene Holocaust: Mein Leben als Sinto, Unternehmer und Überlebender. Von Zoni Weisz und Bärbel Jänicke. dtv Verlagsgesellschaft, 2018. ISBN-13: 978-3423281645.

 

Ik had op drie manieren van de auteur gehoord, lang voordat ik hem een jaar of zes geleden in Amsterdam kort ontmoette. Mijn geliefde werkte ooit bij een deftig bedrijf waar ze af en toe bloemstukken nodig hadden, en die bestelden ze dan natuurlijk bij de beste bloemschikkunstenaar van Amsterdam, Johan Weisz. Mijn buurman kende een man – ik kan me niet meer herinneren hoe – die zijn hele familie verloren had in de oorlog. Hij was de enige overlevende. Hij heette eigenlijk Zoni, maar hij stond in zijn vak bekend als Johan, wist hij te vertellen. Ik hield me in die tijd bezig met de taal van de Roma en Sinti, het Romani of Romanes, en daarbij had ik Lalla Weiss, de voorzitster van de landelijke Sintivereniging ontmoet. Zij sprak over het lot van haar familie in de wereldoorlog, waaronder een “oom Zoni”. Het duurde even voordat ik doorhad dat het in alle gevallen over dezelfde persoon ging. Zoni Weisz, zo stond hij bekend bij zijn familie en vrienden, en Johan, zo stond hij bekend stond bij de Nederlanders en de klanten van zijn bloemsierkunsthandel.

Toen de Nederlandse kroonprins Willem Alexander trouwde met Maxima in 2002 stond zijn naam prominent op het televisiescherm als de man die de indrukwekkende bloemversieringen had gemaakt. Hij had het ver geschopt. Voor eerdere generaties van het Koninklijk huis had hij ook al bloemversieringen gemaakt.

Zoni Weisz heeft in 2016 zijn levensverhaal, evenals het doodsverhaal van zijn familieleden opgeschreven. Dat is overigens een erg moedige daad voor een Sinto (meervoud Sinti); Sinti spreken eigenlijk het liefst niet over de doden en ze bewaren vaak ook geen foto’s van overleden mensen.

De Nederlandse Sinto vertelt zijn levensverhaal ook in het Duits

Het is een heel indrukwekkend boek geworden dat uitstekend is geschreven. Een spannend verhaal, ontroerende gebeurtenissen, liefdevolle relaties. Maar de oorlog laat zijn sporen na.

De man is meerdere malen ternauwernood aan de dood ontsnapt. De eerste maal was hij een nachtje uit logeren bij een tante. Die nacht werden zijn moeder, vader, zusjes van vijf en drie jaar en zijn pasgeboren broertje door de Nederlandse politie opgepakt op bevel van de Nazi bezettingsmacht, en op transport gesteld naar Kamp Westerbork. Toen zijn tante dit te weten kwam, zijn zij en haar kinderen samen met Zoni op de vlucht geslagen. Maar dit bleek te moeilijk vol te houden, omdat ze geen veilige plek konden vinden. Het was niet bekend wat ze te wachten stond. Zo zijn ze door Nederlandse politieagenten gearresteerd en naar het treinstation van Assen gebracht, waar ze bij het het ”zigeunertransport” uit Westerbork naar Auschwitz gevoegd zouden worden. Het bleek een veewagen te zijn waar ook zijn familie inzat, die op de een of andere manier wisten dat Zoni en zijn familie daar ook waren. Zoni zag zijn zusje’s blauwe jas door de tralies hangen en hij hoorde zijn vader en moeder roepen vanuit de overvolle wagons. Hij heeft zich toch niet bij hen gevoegd. Een agent vertelde hem dat hij moest vluchten zodra hij zijn pet afdeed. En dat deed Zoni. Zo is hem het lot van zijn familie ontgaan. De tweede maal heeft hij een bomaanslag op een badhuis in Nijmegen bij een Duits bombardement ternauwernood overleefd. Misschien was hij zelfs een derde keer bijna dood: toen hij wilde trouwen verzekerde een ambtenaar dat hij in de oorlog omgekomen was – volgens de gegevens van het Bevolkingsregister. Hoewel hij al zijn dienstplicht had vervuld.

Het lot van zijn familie was tragisch. Ze zijn vanuit Westerbork, samen met honderden andere Nederlandse Roma en Sinti, daarna doorgestuurd naar het vernietigingskamp Auschwitz. Daarvandaan ze nooit zijn teruggekeerd. Zoni’s broertje en zusjes en moeder zijn in augustus 1944 vergast, en zijn vader is drie maanden later in een ander kamp bezweken. Het aantal in de tweede wereldoorlog omgebrachte Roma en Sinti is onbekend en wordt soms geschat op een half miljoen. Weinig mensen weten dat. Niet voor niets staat er in de titel van het boek “De vergeten Holocaust”.

Het levensverhaal van Zoni Weisz leest als een spannende roman: met zijn ene been staat hij in de wereld der Sinti, en met zijn andere been staat hij in de wereld van de bloemkunst. Ooit trok hij, tot zijn zesde, met zijn familie in door Nederland in een woonwagen getrokken door paarden, en sprak hij Romani, een taal die rechtstreeks afstamt van het Sanskriet en nog steeds door de Roma en Sinti wordt gesproken. Later werd hij de man die door beroemde Nederlanders was verkoren als bloemkunstenaar en naam maakte met zijn werk.
            Pas op latere leeftijd heeft hij het zijn doel gemaakt om zijn ervaring en het lot van de Sinti en Roma te delen. Nu reist hij rond om te vertellen over de vergeten Holocaust: het grootste deel van de Nederlandse en Duitse Sinti zijn in Auschwitz omgebracht. Een massamoord vergelijkbaar met die van de Joden maar veel minder bekend dan de Shoah.

Het monument voor de in de oorlog omgebrachte Sinti en Roma – het eerste ter wereld. Beeldhouwster Heleen Levano. Op het monument “Hel en Vuur” staat een tekst in de taal van de Sinti.

Het boek van Zoni Weisz kwam in 2016 in Nederland uit, en is in 2018 ook in het Duits vertaald. Het is een van de weinige door Roma/Sinti geschreven boeken over dit onderwerp, en dat maakt het des te meer bijzonder.

Er staan een paar liedteksten in het Romani in het boek, en twee gedichten van Zoni Weisz over zijn omgekomen familie. De tekst van een lied over de oorlog van de Duitse Sinto-muzikant Hänsche Weiss is opgenomen met een Duitse vertaling, alsmede de tekst van een lied van Sinto Titi Winterstein. Af en toe worden er in de tekst van het boek ook Romani woorden gebruikt, en er staat zelfs een kort woordenlijstje in het boek. Het feit dat er Romani op schrift gebruikt wordt is nogal revolutionair, omdat veel Sinti ertegen zijn om de taal op schrift te stellen. Een Sinti-vrouw vertelde me eens dat ze de taal al 1000 jaar mondeling doorgeven, en dat daar geen boeken voor nodig geweest waren, en zo zal dat ook in de toekomst zijn. Ze willen dat het een mondelinge taal blijft, en dat buitenstaanders de taal niet horen te leren. Statistieken van de provincie Brabant van een aantal jaren terug wijzen er ook op dat meer dan 90% van de Sinti- en Roma-kinderen de taal spreken. Een deel van het wantrouwen tegen buitenstaanders die de taal willen leren gaat terug naar de Tweede Wereldoorlog, toen mensen van het Nationaalsocialistische Rasseninstituut de Romani-taal geleerd hadden en vervolgens meewerkten om de sprekers ervan naar vernietigingskampen af te voeren.

De foto op het omslag van dit boek was jarenlang een symbool van de Joodse holocaust. De wanhoop van het meisje op weg naar een vernietigingskamp. De journalist Aad Wagenaar ontdekte dat het een Sinti meisje was.

Het Romani wordt door misschien vijf tot tien miljoen mensen gesproken over de hele wereld, met name Europa, de Amerika’s en Zuid-Afrika. Er is geen twijfel over mogelijk dat de taal uit India komt. De voorouders van de Roma en Sinti hebben Zuid-Azië tussen de 1000 en 1500 jaar geleden verlaten. Deze datering is af te leiden uit taalgegevens uit India en van de huidige Roma. De oudste taalbronnen uit Europa dateren uit Duitsland, Engeland en Frankrijk uit de zestiende eeuw. De Indische oorsprong werd voor het eerst voorgesteld in 1689, en in 1782 bewezen door Johann Rüdiger in Duitsland.

Terug naar het boek. Het grootste deel betreft de autobiografie van Zoni Weisz. Na het biografische deel  volgt nog een korte beschrijving van de geschiedenis van de Sinti en Roma, en met een aantal landkaarten waar de vervolging van de Sinti en Roma in de Tweede Wereldoorlog in kaart wordt gebracht: in westelijk Europa veelal concentratiekampen, en in het oosten van Europa werden Roma meestal doodgeschoten. Overzichten en cijfers zeggen echter veel minder dan één levensverhaal. Een dergelijk lot, het zij de dood, een oorlogstrauma of de trauma’s van de overlevenden, wenst men geen enkele medemens toe. De diversiteit aan informatie, indrukken en ervaringen die het boek over deze duistere periode in de wereldhistorie biedt, in combinatie met de uitstekende en heldere schrijfstijl, beschreven vanuit een weinig besproken en voor de meeste mensen onbekend perspectief, maken dit boek een echte aanrader.

 

 

Peter Bakker is als taalkundige verbonden aan de Universiteit van Aarhus. Zijn vader heeft ternauwernood een werkkamp in Duitsland overleefd. Bakker heeft zich in het verleden met de Romani taal beziggehouden en er enkele artikelen over geschreven en meegewerkt aan een aantal boeken over de talen van de Roma.

Een reactie plaatsen