2019 – Internationaal Jaar van de Inheemse Talen

2019 – Internationaal Jaar van de Inheemse Talen

2019 – International Year of Indigenous Languages

2019 – Det Internationale År for Indfødte Sprog

2019 – Ôma askiy kâ-miyawâtamihk iyiniw-pîkiskwêwina misiwêskamik

2019 – Hur gatung haba ba pinang ajimi gi’e palika kakanap taang unavera

Op 28 januari gaat het Internationale Jaar van de Inheemse Talen (IYIL) van start. Het IYIL is een initiatief van de Verenigde Naties en wordt georganiseerd door UNESCO. Internationale Jaren worden door de VN vrijwel jaarlijks georganiseerd en hebben als doel om aandacht te schenken aan een bepaald onderwerp dat van belang is voor de aarde en de mensheid, en om mensen de mogelijkheid te bieden ergens voor in actie te komen. Al in 2016 besloot de VN dat 2019 het jaar der inheemse talen zou worden, omdat inheemse talen momenteel met een recordsnelheid aan het uitsterven zijn.

Als taalkundige ben ik maar al te bekend met de treurige cijfers hieromtrent. Zoals samengevat op websites als Ethnologue, worden 4000 van de circa 7000 talen in de wereld gesproken door een schamele 2% van de wereldbevolking. De acht meest gesproken talen van de wereld (dus net iets meer dan een promille van alle talen), wordt door 40% van de wereldbevolking gesproken. De schatting is dat aan het einde van deze eeuw maar liefst de helft van de talen van de wereld zullen zijn verdwenen, maar hier is eigenlijk nog nooit iets op wereldschaal aan gedaan.

Waarom zouden we hier aandacht aan moeten schenken? Veel mensen maakt het namelijk niet zoveel uit dat talen uitsterven; of het nu middels de ene taal of de andere taal is, als mensen maar gewoon met elkaar kunnen communiceren, heb ik wel eens horen zeggen. En er zijn nog genoeg andere talen. Het uitsterven van talen is wat dat betreft goed vergelijkbaar met het uitsterven van dierensoorten. Veel mensen vinden het triest dat er dieren uitsterven, maar anderen zijn onverschillig, omdat ze hun tijd blijkbaar gewoon gehad hebben. Natuurlijke selectie noemt men dat. Dat is echter zeker niet altijd waar; hoewel er door de tijd heen talloze dierensoorten zijn uitgestorven door natuurlijke selectie, is de mate waarin dieren tegenwoordig uitsterven veel groter dan voordat de mens zijn intrede in de wereld deed, en is het gros van de uitstervingsgevallen veroorzaakt door de mens (bijvoorbeeld de eskimowulp, de grote alk, en de dodo).

Dit is met taal niet geheel anders. Er wordt wel eens gezegd dat het uitsterven van talen een soort natuurlijke selectie is, zoals David Mitchel in dit filmpje op komische wijze oppert, maar feitelijk worden de meeste gevallen van taaldood veroorzaakt door menselijke druk van buitenaf. Mensen stappen over op een andere taal dan hun moedertaal in zulke mate dat op een gegeven moment niemand de taal meer spreekt, en dit kan komen door annexatie van een gebied, sociale druk door een dominante groep sprekers van een grotere taal, een van overheidswege gestuurd beleid, enzovoort. Hoe ’veilig’ een taal is wordt beïnvloed door o.a. hoe groot de groep sprekers is en hoeveel gebied ze ter beschikking hebben. Ook de economische en sociale status van de sprekers binnen een andere groep mensen speelt een rol, en hoe goed een taalgemeenschap zich kan handhaven zonder hulp. Dat heeft natuurlijk weinig te maken met natuurlijke selectie.

Dit uitsterven van talen, ook wel taaldood genoemd, waarbij een bepaalde taal wordt verdreven door een dominantere taal, zie ik in mijn werk ook veel. Ik doe onderzoek naar Papoea-talen in Indonesië, waar het nationaal beleid is dat op school geen andere taal dan Indonesisch mag worden gesproken, tot op het punt dat het gebruik van een andere taal in de jaren 70 nog met fysieke straffen werd afgeleerd. Het is natuurlijk van nationaal belang dat zoveel mogelijk Indonesiërs Indonesisch spreken, maar de rigiditeit van dit beleid heeft er ook voor gezorgd dat veel sprekers van kleine, lokale talen zich onderdrukt voelen. In dit filmpje hoor je bijvoorbeeld hoe de Abui-stam, twee uurtjes reizen van mijn eigen veldwerklocatie Pulau Pura, vertelt over hoe hun taal langzamerhand verdrukt wordt. Het is niet altijd het geval dat mensen zoals jij en ik, gewoon dagelijks onze moedertaal kunnen spreken. Vele talen en hun sprekers worden dagelijks direct of indirect onderdrukt.

Reta-kinderen op Pulau Pura. Foto door: Jeroen Willemsen, 2016.

Omdat ik het zelf zie als een mensenrecht om te kiezen voor jouw manier van leven, en de taal die je wil spreken, vind ik het goed om te lezen dat de VN hier nu aandacht aan besteedt. Het aanmoedigen van taaldiversiteit staat namelijk voor tolerantie, en aan tolerantie is vaak een gebrek. Veel mensen hebben bezwaren tegen taal of taalgebruik dat anders is dan ze gewend zijn. Dit zie je ook terug in hoe veel ouderen praten over het taalgebruik van jonge mensen. Iets wat mensen niet begrijpen wordt al snel als achterlijk en minderwaardig beschouwd. Activiteiten zoals gepromoot door IYIL helpt mensen bewustzijn te creëren en tolerantie te ontwikkelen voor vreemde talen en culturen.

Het mag inmiddels duidelijk zijn dat het de humanist in mij is die de alinea’s hierboven schreef, en niet per se de onderzoeker. De lezer vraagt zich misschien af of er ook academische argumenten zijn voor taalbehoud. Die zijn er zeker.

Het is namelijk zo dat talen wetenschappelijk onderzocht worden door taalwetenschappers. Net zoals dieren, bacillen, planten, en tectonische platen onderzocht worden door andere wetenschappers. En om dit werk zo goed mogelijk te doen hebben we natuurlijk zoveel mogelijk talen nodig; je kunt nooit een goed idee krijgen van wat taal precies inhoudt door er slechts een handjevol te vergelijken. En als een taal verdwijnt, laat het niet dezelfde sporen achter zoals bijvoorbeeld gereedschappen of fossielen die opgegraven kunnen worden door archeologen, DNA dat miljoenen jaren na uitsterving nog onderzocht kan worden, etc. Als een taal weg is, is hij weg. En duizenden talen zijn ofwel onvoldoende gedocumenteerd, danwel helemaal niet gedocumenteerd door taalkundigen.

Veldwerk in Noord-Amerika. Gebruikt met toestemming van Mikael Parkvall.

Waar veel taalkundigen zich bijvoorbeeld mee bezighouden is het vergelijken van fenomenen in grote hoeveelheden verschillende talen om zo conclusies te trekken over talen in het algemeen. Dit heet typologie. Als in een taal bijvoorbeeld het lijdend voorwerp na het werkwoord komt, heeft deze taal doorgaans bijvoorbeeld ook voorzetsels. Komt deze in een taal voor het werkwoord, dan heeft de taal waarschijnlijk achterzetsels. Op basis van dit soort feiten stellen we vervolgens theorieën op over hoe taal in elkaar zit. En dat kan dan weer toegepast worden in zoekmachines, computertaalkunde en vertaalprogramma’s.

Wat we als taalkundigen ook graag doen is het vergelijken van de woordvormen tussen verwante talen om zo een inschatting te kunnen maken van hoe de voorouder van deze talen in elkaar zat. Zo hebben we bijvoorbeeld al een goed idee van hoe de voorouder van alle Germaanse talen, het Proto-Germaans, ongeveer klonk, zoals je hier kunt beluisteren. Niet alleen weten we vervolgens iets over een inmiddels uitgestorven proto-taal, maar komen we ook meer te weten over de geschiedenis van volkeren an sich. En hoewel we inmiddels al aardig wat weten van de Europese talen, weten we vaak nog vrijwel niets over de meer ’exotische’ talen.

En dan zijn er natuurlijk ook de schatten aan inheemse kennis zoals orale historie, traditionele poëzie, mythen en sagen, rituele taal, en inheemse kennis over flora en fauna die verloren gaan als een taal eenmaal is uitgestorven.

Een Papoea-man met gezichtsverf. Foto door: Jordan Donaldson. Beschikbaar op: https://unsplash.com/collections/3789929/indigenous

Die theorieën en observaties over grammatica en woordvormen die ik hierboven noemde zijn helaas gebaseerd op een heel klein aantal talen, dus we hebben eigenlijk niet zo’n heel goed idee van hoe divers talen kunnen zijn. En terwijl we hard bezig zijn zoveel mogelijk informatie te verzamelen, sterven er in rap tempo talen uit. Het is voor taalkundigen een race tegen de klok.

Een initiatief als het Internationale Jaar voor de Inheemse Talen (Engels: International Year of Indigenous Languages) zorgt ervoor dat we ons als samenleving en als individu bewust worden van inheemse talen, door ermee geconfronteerd te worden, door erover te leren en het erover te hebben, en door mensen en instanties een houvast te geven in actie te komen voor inheemse talen.

Het officiële kick-off event gaat op 28 januari 2019 in Parijs van start.

Ik bedank Arok Wolvengrey voor de Cree-vertaling van de frase Internationaal Jaar van de Inheemse Talen hierboven, en Refael Molina voor het checken van de Reta-vertaling.

 

Jeroen Willemsen is als taalonderzoeker verbonden aan de Universiteit Aarhus. Hij werkt onder andere aan een grammaticale beschrijving van het Reta.

Plaats een reactie